Testament

Als iemand specifieke wensen heeft wie zijn geld of goederen zou moeten erven, dan kan dat worden vastgelegd in een testament. Zo’n testament kan worden opgemaakt door een notaris (bij notariële akte) of als onderhandse akte in bewaring worden gegeven bij een notaris (depot-testament). Een depot-testament heeft iemand zelf opgesteld of op laten stellen, om het vervolgens in bewaring te geven bij een notaris. Daarbij kan het testament open of gesloten zijn.

In veel gevallen is er sprake van een langstlevende testament. Dat wil zeggen dat de achterblijvende partner, de langstlevende in de relatie, geld en goederen mag blijven gebruiken zolang hij of zij leeft. Andere erfgenamen kunnen hun erfdeel in principe niet opeisen als de overledene een partner achterlaat.

Langstlevende testamenten zijn er in 2 vormen

Vruchtgebruik testament

Bij vruchtgebruik worden de erfgenamen eigenaar van hun erfdeel, maar houdt de langstlevende partner het recht om er gebruik van te maken. Er kan wel een limiet zijn gesteld aan het vruchtgebruik, bijvoorbeeld als de langstlevende opnieuw trouwt of naar een verzorgingstehuis gaat.

Een nadeel van vruchtgebruik is dat de langstlevende partner toestemming nodig heeft van de wettelijke eigenaars om iets met het erfdeel te kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan het verkopen van het huis. De kinderen, die deels eigenaar zijn van het huis door hun legitieme portie, moeten akkoord geven om het huis te verkopen.

Ouderlijke boedelverdeling

Bij ouderlijke boedelverdeling erft de achterblijvende partner automatisch alles van de overledene. Andere erfgenamen, meestal de kinderen, worden pas eigenaar van hun erfdeel als ook de langstlevende partner is overleden.

Sinds 2003 is het erfrecht veranderd, waardoor de ouderlijke boedelverdeling de wettelijke verdeling is geworden.

Er kunnen wel bepalingen in het testament zijn opgenomen om te voorkomen dat de langstlevende partner het erfdeel van de kinderen opmaakt en er niets te erven overblijft.

Hoe werkt een testament en wie kan erven?

Handelsbekwame volwassenen en minderjarigen vanaf 16 jaar kunnen een testament maken. In dit geval betekent handelsbekwaam dat iemand het vermogen heeft te begrijpen wat hij doet en op basis van zijn eigen wil de verklaringen en bepalingen van zijn testament vastlegt.

Als een testament bijvoorbeeld is opgemaakt terwijl de persoon een geestelijke stoornis had, dan kan dat testament nietig verklaard worden. Een geestesstoornis kan allerlei vormen hebben, van zwakzinnigheid tot vlagen van hevige emotie of andere situaties die het beoordelingsvermogen (sterk) beïnvloeden.

Wanneer iemand onder curatele staat (om lichamelijke of geestelijke redenen), is het aan de kantonrechter om te bepalen of er een testament opgemaakt kan worden. Daarbij kijkt de rechter naar het vermogen van die persoon om de eigen wil te bepalen. Ook wat er in het testament vastgelegd zou worden weegt mee in de beslissing van de rechter.

Wanneer iemand een testament opmaakt, zijn er bij wet enkele personen die niet van dat testament mogen profiteren. Zo kan een minderjarige niets nalaten aan zijn of haar voogd. De enige uitzondering daarop geldt voor (groot)ouders wanneer die voogd zijn. Verder mogen mensen die individueel en beroepsmatig betrokken zijn bij de zorg voor een persoon in de laatste levensfase, niet bevoordeeld worden in een testament. Het gaat dan bijvoorbeeld om artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, psychologen of apothekers. Ook de notaris die een testament heeft opgemaakt, kan niet in datzelfde testament als erfgenaam aangewezen worden. Datzelfde geldt voor stromannen. Dat zijn mensen die in directe relatie staan met personen die uitgesloten zijn van erving. Denk daarbij aan de echtgenoot van de behandelend arts, een goede vriend van de psycholoog die iemand heeft bijgestaan, etc.

Beroepsbeoefenaars die iemand in de laatste fase verzorgd hebben, mogen wel een legaat krijgen als vergoeding voor hun diensten. Voorwaarde is dat hetgeen ze erven, in verhouding staat tot de diensten die ze geleverd hebben.

Onduidelijkheden en aanvullingen

Naast een notariële akte en een onderhandse akte kan iemand ook een codicil hebben gemaakt. Dat is een niet geregistreerd document dat de overledene met de hand heeft geschreven en heeft gedateerd. Hierin kan iemand toch bepaalde zaken geregeld hebben. Sieraden, boeken, kleding of andere goederen kunnen op die manier aan specifieke erfgenamen worden nagelaten. Ook kan iemand in een codicil aanwijzingen geven over een begrafenis of crematie, of orgaandonatie vastleggen.

Ondanks alle regels en richtlijnen kan het voorkomen dat de bepalingen in een testament niet helemaal duidelijk zijn. Omstandigheden kunnen veranderd zijn sinds het opstellen van het testament, of iemand is van verkeerde informatie uitgegaan (feitelijke onjuistheden). In zulke gevallen moet een testament worden aangevuld of uitgelegd. Uit nader onderzoek moet dan blijken hoe het testament echt bedoeld is en hoe de erfenis verdeeld moet worden.

Een testament kan in twijfel worden getrokken, bijvoorbeeld omdat iemand denkt dat de overledene ten tijde van het opstellen niet het verstandelijke vermogen had de erfenis naar eigen wens te regelen. Het is dan aan de twijfelaar om aan te tonen dat dit het geval was, of dat er sprake is van dwaling. Dwaling wil zeggen dat de feiten of beweegredenen waarop het testament is gebaseerd, niet juist zijn.

Copyright © 2019 Erfrecht & Erfenis (onderdeel van Willems van Bladel Advocaten) - Alle rechten voorbehouden | Realisatie door WeDoShare